Kamermuziek voor een groot publiek

Passe Partout brengt met het programma l'Art Nouveau werken van Europese componisten die vertegenwoordigers zijn van het Impressionisme.


Programma onderdelen:

Franz Schubert
(1797-1828)
Serenade
Adam Darr
(1811- 1866)
Duo nr 3 in G gr.
Gabriel Fauré
(1845-1924)
Les Gents Heureux
  • Sicilienne
  • Pavane
Max Többen
(1957)

Vers le Süd

Francis Poulenc
(1899-1963)
Mouvements Perpetuels
  • Assez Modéré
  • Tres Modéré
  • Alerte
R. Hirato Impressions
Bernard van den Sigtenhorst Meier
(1888-1953)
Sprookjeswereld deel 1 Opus 27
  • Hymne aan de koning
  • De dwergen
  • Het betoverde woud
  • De ganzenhoeder
  • De prins en de prinses
  • Het huwelijk
PAUZE

Astor Piazzolla
(1921 - 1992)
Bordel 1900

Ton Huijsman
(1954)
El Diario de Christina

In de 20ste eeuw ontwikkelde zich een hele verzameling stijlen en technieken. De diversiteit uit de romantiek van de voorgaande eeuw werd in de 20ste eeuw alleen maar groter.

In alle genres gingen musici en componisten zich laten inspireren door niet-Westerse exotische muziek en volksmuziek. Componisten gingen elementen uit de eigen volksmuziek in hun composities verwerken en creëerden zo nieuwe stijlen in de kunstmuziek.

Bij de Impressionistische muziek is de sfeer belangrijker dan de emotie.

Een andere belangrijk kenmerk van het Impressionisme is intimieit. Kleinere bezettingen hebben de voorkeur om subtiele klankbeelden te scheppen die een verfijnde, subtiele vorm krijgen.

Impressionistische muziek is beïnvloedt door Oosterse culturen zoals Chinese, Arabische, Indiase en Hindoestaanse muziek. Imperssionistische componisten laten zich ook beïinvloeden door de volksmuziek uit eigen land zoals Spanje, Java, Japan, Rusland, Zuid-Amerika enzovoort.


    In een afwisselende presentatie van duo-, trio- en kwintetcombinaties laat Passe Partout de luisteraar kennismaken met de grote diversiteit aan klankkleuren die met dit ensemble mogelijk zijn.

    Na een originele openingsact volgen enkele werken uit de 19e eeuw; de Romantiek, het gouden tijdperk van de kamermuziek waarin de expressiviteit in alle kunsten centraal stond. De uitgevoerde werken zijn van Schubert en Darr.

    Vervolgens komen werken uit de 20e eeuw aan bod. Componisten uit deze eeuw lieten zich inspireren door exotische muziek uit verre landen en door volksmuziek van Europese bodem. Niet de expressie maar de sfeer stond centraal. Fauré, Többen, Poulenc en Hirato schiepen werken die de luisteraar doet mijmeren over verre landen die hij ooit zou willen bezoeken. Het eerste deel wordt afgesloten met de Sprookjeswereld van Sigtenhorst Meier waar Christine Feller gedichten bij schreef die tot de verbeelding spreken.